Techniek en verwerking

Dilataties metselwerk

Dilataties in metselwerk

Door tijdens de ontwerp- en voorbereidingsfase rekening te houden met dilataties in metselwerk kan er samen met de architect en aannemer een goed dilatatieplan opgesteld worden. Dit om schade, als gevolg van optredende spanningen in metselwerk, aan een baksteengevel te voorkomen.

Waarom zijn dilataties nodig?

Thermische spanningen treden op als gevolg van de temperatuurschommelingen in het klimaat. Bij opwarming vindt uitzetting plaats en bij koeling krimpt de constructie. Ook vocht, krimp en doorbuiging van de (hoofd)constructie hebben invloed op het metselwerk van de buitengevel. Dit betekent dat bij grote muurvlakken maatregelen nodig zijn om ongewenste scheurvorming te voorkomen door het aanbrengen van dilataties.

De thermische uitzetting is voor verschillende bouwmaterialen verschillend. Zo zal een prefab betonnen balkon meer uitzetting vertonen dan een gevelbaksteen.

Materiaal Thermische  uitzettingscoëfficient [10-6/K]
  Horizontaal Verticaal
Beton/betonsteen 10 10
Baksteen 6 7
Kalkzandsteen 8 8
Cellenbeton 8 8

In de spouwmuur bevindt zich thermisch isolatiemateriaal om de binnenconstructie thermisch af te schermen van het buitenspouwblad. De temperatuurverschillen tussen binnenspouw- en buitenspouwblad worden hierdoor groter. Het buitenspouwblad ondergaat grotere lengteveranderingen dan de binnenconstructie. Daarom zijn dilataties in metselwerk noodzakelijk.

Daarnaast dient de koppeling tussen buitenblad en binnenconstructie niet te star te zijn.  Het toepassen van zo dun mogelijke spouwankers is de beste keuze. Het aantal en type spouwankers dient door de constructeur te worden bepaald.

Aan welke voorwaarden moeten dilataties voldoen?

We maken onderscheid tussen twee typen dilatatievoegen: bouwfysisch (als gevolg van temperatuurbewegingen) en bouwtechnisch (als gevolg van bouwkundige keuzes).

Zowel de NEN-EN 1996-2 Eurocode 6 (Ontwerp en berekening van constructies van metselwerk- deel 2: Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk) als de CUR aanbeveling 82 (Beheersing van scheurvorming van steenconstructies) geven richtlijnen voor dilataties in metselwerk.

Wat zijn de basisrichtlijnen?

Verticaal
Afstand tussen dilataties
Horizontaal
Afstand tussen dilataties
Noordgevel ca. 14 meter Vanaf fundering ca. 11 meter (3 bouwlagen)
Oost, Zuid en Westgevel ca. 12 meter Vanaf 3 bouwlagen elke 2 bouwlagen

Positionering dilatatievoegen

Bij de positionering van de dilatatievoegen houden we zowel tijdens het ontwerp maar ook tijdens uitvoering, rekening met de volgende aandachtspunten:

  • Uitwendige hoek
    Plaats bij een buitenhoek de dilatatievoeg op maximaal 3 koppen uit de hoek, waarbij het gedeelte van het metselwerk om de hoek geen spouwanker mag bevatten. 
  • Starre hoek
    Indien dilatatievoegen op gebouwhoeken ongewenst zijn, kan een dilatatie op grotere afstand tot de hoek  worden aangebracht, tot een maximum van 3 meter. Hierbij mogen uit de hoek tot een afstand van 0,5 meter geen spouwankers worden toegepast. 
  • Inwendige hoek
    Een inwendige hoek in metselwerk dient gedilateerd te worden. 
  • Koude voeg
    Een koude voeg, ook wel knipvoeg genoemd (0 mm), geldt niet als dilatatievoeg in bakstenen metselwerk. 
  • Glij- en kozijnankers
    Pas geen glij- en kozijnankers in het buitenspouwblad toe. Hierdoor ontstaan starre verbindingen die scheurvorming tot gevolg kunnen hebben.

Gerelateerde artikelen

Metselwerk gevels zijn onderhevig aan vervormingen in zowel horizontale als verticale richting. Er wordt daarom onderscheid gemaakt in verticale en horizontale dilataties.

Door toepassing van verschillende materialen in een gevel kan het voorkomen dat het nodig is de onderlinge materialen van elkaar te scheiden.

In metselwerk kan het voorkomen dat boven openingen metselwerkondersteuningen dienen te worden toegepast vanwege de overspanning.

Dilataties in metselwerk

Meer informatie over dilataties in metselwerk?

Neem contact op met onze technische specialisten gevel.