Visie op keramische architectuur

City Archive Delft; Brick Award 2020 Category Winner Category "Working Together"; Architects: Office Winhov, Gottlieb Paludan Architects, Photo:  Stefan Müller

“Baksteen blijft boeien”

Het bouwmateriaal baksteen heeft weinig geheimen voor architect Jan Peter Wingender. Hij schreef het boek Brick, an exacting material, gaf er les over en heeft in de loop van ruim twee decennia met zijn bureau Office Winhov een internationaal oeuvre opgebouwd met ontwerpen waarin metselwerk een hoofdrol speelt.

Het ontwerp van Office Winhov en Gottlieb Paludan Architects voor het Stadsarchief van Delft kreeg een nominatie - en de prijs - voor de Brick Award 2020 in de categorie Working together.

Baksteen is onlosmaakbaar verbonden met de Nederlandse stad, zo stelt Wingender: ‘En omdat architectuur in de eerste plaats de stad moet dienen, zullen we in ons land nog heel lang met dit materiaal blijven werken.’

Naar aanleiding van de toekenning van de Brick Award vragen we hem naar zijn drijfveren en de liefde voor zijn vak. En de liefde voor baksteen, natuurlijk.

Jan Peter Wingender: 
‘De Brick Award is een eervolle prijs die ook de opdrachtgever - de gemeente Delft - toekomt!’

 Jan Peter Wingender van Office Winhov
Jan Peter Wingender van Office Winhov
© 2013©

Jan Peter Wingender over zijn liefde voor baksteen

We wandelen door een relatief nieuw stukje Amsterdam, waar jonge gebouwen en getransformeerd industrieel erfgoed met elkaar in dialoog gaan. Jan Peter Wingender vertelt. Over de stad en de verschillende schaalniveaus waarop je naar gebouwen kunt kijken. ‘De schaal van de stad is goed te bestuderen op zo'n tweehonderd meter afstand’, begint hij. ‘Op dat schaalniveau zoek je aanknopingspunten voor het volume, voor de geleding van de gevel en ook zeker voor het materiaal.

Dan ga je kijken op twintig meter en komen aspecten als vlakverdeling, compositie en reliëf aan de orde. Met je neus op het gebouw - op zo'n twee meter afstand - ervaar je de tactiliteit van de materialen, zie je de details, komt het vlak tot leven.’ Hij lacht: ‘Dat heb ik op deze manier geleerd van mijn hoogleraar Rudy Uytenhaak. Rudy heeft mij die manier van kijken bijgebracht: het is heel nauw verbonden met de manier waarop je dingen waarneemt als je in beweging bent. Hij duidde daarop met bijvoorbeeld zijn observaties over “de vleug van het vlak”.

Architectuur is geen statische compositie, we nemen het waar als we in beweging zijn.’ Wingender vervolgt: ‘Rudy en ik zijn het niet altijd eens over de aanpak op elk schaalniveau, maar over de rijkdom van het waarnemen van gebouwen zijn we het roerend eens. En we zijn allebei onderzoekend, door te bouwen en op onze eigen manier te ontdekken hoe baksteen kan bijdragen aan die rijkdom’




 ‘Architectuur is geen statische compositie, we nemen het waar als we in beweging zijn’

 

 

Kiezen in context

De locatie van een project is dus zeer bepalend voor keuzes op alle drie de schaalniveaus, zo duidt Wingender tijdens de wandeling. ‘Architectuur dient op de eerste plaats de stad. Je bouwt niet alleen een gebouw op een kavel, je voegt iets toe aan de omgeving, de openbare ruimte, de beleving van de mensen die er wonen, die er werken en bewegen. Dat maakt dat je alle ontwerpbeslissingen toetst aan datgene wat je aantreft op een locatie én aan die schaalniveaus. De keuze voor baksteen komt altijd voort uit de stedelijke context van een gebouw: in Nederland zal er dan snel voor metselwerk worden gekozen. Vervolgens werk je elk schaalniveau uit tot op het detail.’

Drie richtingen van ontwikkeling

We wandelen verder, langs nieuwere gebouwen waarbij een deel van de gevel is geprefabriceerd. Het brengt het gesprek op de nieuwe technologische ontwikkeling op het gebied van metselwerk. Wingender heeft daar een duidelijke visie op. Wat hem betreft zijn er drie richtingen van ontwikkeling: ‘Ten eerste is er de ontwikkeling die het bouwen met baksteen in de afgelopen decennia heeft doorgemaakt: de stenen regenjas met alle tektonische aspecten die we hebben onderzocht en - met ieder nieuw project - nog steeds aan het onderzoeken zijn. Dat onderzoek is gestaafd op een lange traditie van bouwen met baksteen, die in de afgelopen periode weer mooie, nieuwe projecten heeft laten zien.’

Het voor de Brick Award genomineerde project van Office Winhov in Delft valt onder deze categorie, al is het een bijzonder project door de vrijwel gesloten gevel. ‘Ik noem dit “rechtdoor gaan” in de traditie van metselwerk in Nederland. We kunnen ook “rechtsaf”: naar een nieuwe gevelsystematiek van prefabricage met elementen met een aanzicht van metselwerk, maar gemaakt met steenstrips. En met een recent project hebben we ook “linksaf” kunnen gaan in de ontwikkeling en baksteen terug kunnen brengen in de oorspronkelijke, dragende functie. Alle drie de richtingen zijn interessant, maar naar mijn mening wel elk met een eigen aanvliegroute en onderzoeksrichting. En een eigen architectuur.’

Nieuwe uitdagingen voor de architect

Op de vraag welke richting in de toekomst zou kunnen gaan domineren, heeft Wingender niet direct een antwoord. ‘Dat hangt natuurlijk van heel veel dingen af. Regelgeving, om maar wat te noemen. De wens van de opdrachtgever. Het budget. De capaciteit en het vakmanschap van de aannemer. Een combinatie van factoren.’

Dat baksteen een rol zal blijven spelen in het oeuvre van Office Winhov - en het leven van Jan Peter Wingender - is wel duidelijk. Net zoals de liefde voor zijn vak - en de stad - hem altijd nieuwsgierig zal houden. Hij wijst om zich heen: ‘Het is toch prachtig om hieraan een bijdrage te mogen leveren? Bouwen aan een plek waar mensen, vele jaren en misschien zelfs generaties later, een gevoel of herinnering bij hebben?’ Veel wandelen in de stad is zijn devies. Of fietsen. Na deze wandeling - in zijn gezelschap - is dit stukje Amsterdam voor mij zeker mooier geworden.

 

 

‘Omdat architectuur in de eerste plaats de stad moet dienen, zullen we in ons land nog heel lang met baksteen blijven werken’

 

Interview door Caroline Kruit

Office Winhov

Office Winhov is een van oorsprong Nederlands bureau dat werkt in de traditie van 'de Europese stad'. Het is in 1995 opgericht door Jan Peter Wingender en Joost Hovenier (1963-2016). Uri Gilad is sinds 2010 partner. Het bureau heeft een reputatie opgebouwd met projecten die gekarakteriseerd worden door een zorgvuldig begrip van de context en veel aandacht voor materiële expressie. Ons team streeft altijd naar gebouwen die zich op een vanzelfsprekende manier verbinden met hun omgeving en die een antwoord bieden op de uiteenlopende vragen van eigenaren en gebruikers. Op dit moment werkt een internationaal team van twintig medewerkers aan projecten in binnen- en buitenland.

Stadsarchief Delft | Category winner Working together

Het archief heeft de enigszins tegenstrijdige taak om waardevolle documenten te beschermen tegen invloeden van buitenaf én ze toegankelijk te maken voor het publiek. Het gebouw combineert deze twee functies in de vorm van een enorme, geabstraheerde boekenplank: slanke platen van geprefabriceerde betondelen vormen de planken met ertussen op verschillende lengtes bakstenen pilasters die uitsteken en doen denken aan boekruggen.

Architect Jan Peter Wingender van Office Winhov en Gottlieb Paludan Architects deelde het archief op in twee delen: de open begane grond met studiezalen, cafetaria en kantoren, en erboven de verdieping met gesloten gevels die het archief omsluiten. Het is een kennisopslagplaats, een schatkamer en een studieplek tegelijk.