Techniek en verwerking

Maatvoering metselwerk

Maatvoering metselwerk

Eén van de onderdelen van een goede werkvoorbereiding is de maatvoering van het metselwerk. Aan de hand van de maatvoering van de het te bouwen object is het van belang het metselwerk hier in maatvoering op af te stemmen. Het afstemmen van de maatvoering van de baksteen en voeg is voor zowel in de lengte als hoogte richting van een gevel essentieel. Voor informatie over maatvoering van de baksteen door jou gekozen, kun je hier contact opnemen.
 

Wat is de kop en de strek van de baksteen?

Kop en strek van een gevelsteen
Kop en strek van een gevelsteen

Metselwerk ontleent haar sterkte en stabiliteit uit het verband waarin gemetseld wordt. De afmetingen van een baksteen zijn van oudsher op elkaar afgestemd. De lengte van een baksteen is veelal gelijk aan twee koppen plus een voeg. De lange zijde van een baksteen is de strek, de korte zijde wordt de kop van de baksteen genoemd.

Om het metselverband te kunnen maken dienen bakstenen bij hoeken en beëindigingen ingekort te worden. De toelaatbare ingekorte bakstenen ten opzichte van een volle baksteen zijn:

  • drieklezoor; 3/4 steen
  • halve steen; een in de breedte gehalveerde steen
  • lepe steen; een in de lengte versmalde baksteen

Het verwerken van een kleinere steen dan een halve steen, zoals een klezoor, is niet wenselijk.

Koppen- en lagenmaat

We adviseren de maatvoering van het metselwerk voor de wanden en wandopeningen af te stemmen op de maatvoering van de baksteen. In het ontwerpstadium worden de zogenaamde koppen- en lagenmaat uitgezet op het metselwerk van het project. Metselverbanden worden daardoor mogelijk. Bij het respecteren van de lagen- en koppenmaat, afgestemd op de gekozen baksteen, is het gewenste metselverband op de bouwplaats uit te voeren.

Onze bakstenen zijn grofkeramische bouwmaterialen. Maatafwijkingen kunnen voorkomen en zijn toegestaan. Deze maatafwijkingen kunnen invloed hebben op de regelmatigheid van het metselverband.

Wat is de koppenmaat? 

Bij het bepalen van de muurlengte is de K(oppenmaat), oftewel de steenbreedte plus een stootvoeg, het hulpmiddel.

Bepaling koppenmaat in de praktijk

Om de koppenmaat te bepalen is het nodig om minimaal 20 bakstenen te gebruiken uit de geleverde partij. Neem 10 bakstenen en leg deze als strekken achter elkaar. Neem vervolgens 20 koppen en leg deze haaks tegen de strekken aan. De restmaat zijn 10 stootvoegen.

Muuropeningen en muurdammen

Bij een muuropening is de maatvoering altijd: t n x koppenmaat + voeg. Een muur, ook wel een muurdam genoemd, heeft een maatvoering van n x koppenmaat - voeg. In tegenstelling tot bovengenoemde geldt voor een inwendige hoek altijd voor de lengtemaat n x koppenmaat.

Voor halfsteens- en wildverband, gelden bovenstaande uitgangspunten. Andere metselverbanden kennen andere richtlijnen voor de maatvoering van het metselwerk. Voor bijvoorbeeld klezorenverband gelden een aantal vastgelegde spelregels:

  • Elke laag dient vanaf een hoek of beëindiging te beginnen met een drieklezoor of een kop, maar nooit met een strek.
  • Nooit 2 drieklezoren in 1 metselwerklaag. Als bij een metselwerklaag wordt gestart met een drieklezoor, dient te worden geëindigd met een kop.

Metselwerkdammen en openingen in metselwerk dienen als volgt te worden opgebouwd.

Muurdam: (2 x n) x K + 0,5 K – V, kleinste muurdam is 2,5 K - VMuuropening:   (2 x n) x K + 0,5 K + V, kleinste opening is 1,5 K + V

Wat is de lagenmaat?

De lagenmaat is de maatvoering in verticale richting van metselwerk.  De lagenmaat is de gemiddelde dikte van de baksteen plus de gemiddelde lintvoegdikte. Een metselwerkopening zoals een kozijn moet op de lagenmaat zijn afgestemd. De hoogte van het metselwerk is altijd een veelvoud van de lagenmaat. De mogelijke maatverschillen tussen bakstenen kunnen beperkte verschillen in de maat van de lintvoeg tussen de metselwerklagen laten ontstaan.

Bepaling in praktijk

In de praktijk wordt door de metselaar 10 bakstenen uit de geleverde partij op zijn kant naast elkaar gelegd. Het totaal wordt gedeeld door tien waarmee de gemiddelde baksteendikte is vastgesteld. Hierbij wordt de gemiddelde lintvoegdikte opgeteld waardoor de gemiddelde lagenmaat bepaald is.

Voorbeeld (traditioneel metselen):

  • De gemiddelde dikte van een waalformaat is 50 mm.
  • In veel projecten is sprake van 16 lagen per meter. Dit betekent een lagenmaat van 62,5 mm, met andere woorden een lintvoeg van 12,5 mm.

 

Gerelateerde artikelen

Door tijdens de ontwerp- en voorbereidingsfase rekening te houden met dilataties in metselwerk kan er samen met de architect en aannemer een goed dilatatieplan opgesteld worden.

 
àüp

Wil je meer informatie over de maatvoering in metselwerk?

Neem contact op met onze technisch adviseur gevel.