Details in de hoofdrol

Details in de hoofdrol

Nieuwbouwproject Little C in Rotterdam

Hoe creëer je samenhang in een ensemble van vijftien gebouwen in een enorm hoge dichtheid? “Alles in de breedte ontwerpen”, zegt Jaakko van ’t Spijker, die samen met Bert van Breugel in het designteam CULD Inbo verantwoordelijk was voor het ontwerptraject. Ook het geoefende bouwkundige oog blijft details ontdekken tijdens een wandeling door dit nieuwe stukje Rotterdam. Alle gevels zijn in situ gemetseld. “De metselaars stonden lachend op de steiger”, vertellen de architecten.

Vijftien gebouwen in een enorme dichtheid. Metselwerk, grote metalen raampartijen en stalen bruggen. Een echo naar de architectuur van de twintigste eeuw. Elementen die New York ademen. En een nieuw stukje Rotterdam, onmiskenbaar Rotterdam. Dat is Little C: een project op een lastige plek in de havenstad, tussen grote gebouwen als de Hogeschool Rotterdam, het Erasmus Medisch Centrum en een kluwen infrastructuur. Nog voordat het project volledig is opgeleverd en het naastgelegen park is ingericht, is Little C een fijne plek om te wonen, zijn en te verblijven. Het spel met schaal, materiaal en detail is hier uitzonderlijk goed gespeeld. 

Rotterdam op de schaal van New York

De referentie naar New York werd tijdens de tender voor het stedenbouwkundig plan voorgesteld als concept: Greenwich Village is een voorbeeld van een dorpse structuur die goed werkt in de metropool New York. “Maar het mocht absoluut geen sausje worden”, zegt Jaakko van ’t Spijker, die in 2011 samen Cor Geluk in de ontwerpcombinatie CULD de tender won. “We hebben in het plan ook wel degelijk verbinding gezocht met Rotterdam: de gebouwen in en rond de Coolhaven, het belastingkantoor en de Machinistenschool aan de overkant van het water.” Hij noemt robuuste gebouwen in metselwerk met hoge raampartijen: elementen die duidelijk terug zijn te vinden in Little C.

Net als Greenwich Village is het plangebied Little C een compacte collectie van stoere gebouwen met baksteen als dominant gevelmateriaal. De stalen bruggen tussen de gebouwen waren een belangrijke schakel in de haalbaarheid van het plan, zo vertelt Michael Venderbos, die vanuit de directie van J.P. van Eesteren de ontwikkelcombinatie ERA Contour en J.P. van Eesteren vertegenwoordigt. Hij was eerder als projectdirecteur verantwoordelijk was voor de engineering en realisatie van het project. “De lagere woongebouwen zijn per drie ontsloten via één lift. De bruggen leiden naar de entrees van de woningen in de twee blokken zonder lift.”

Serious gaming op alle schaalniveaus

Het designteam CULD Inbo zag het licht om het ensemble te ontwerpen. Bert van Breugel (architect-partner bij Inbo) vertelt hoe dat ging: veertig ontwerpers, engineers en bouwers in één ruimte. “We hebben gekeken naar de stedenbouwkundige structuur, de opzet en maatvoering van elk gebouw, tot en met de detaillering. Alles in samenhang, tegelijkertijd voor vijftien gebouwen. Dat krijg je met vijftien architectenbureaus nooit voor elkaar.” Eens per week was er een plenair overleg, ook met de opdrachtgever, “die zich overal mee bemoeide, tot en met de belettering in de gevels”, vertelt Jaakko. “Maar dat zie ik als een goed ding. Juist de betrokkenheid van alle partijen heeft in dit project tot een bijzonder resultaat geleid.” Michael beaamt dit: “Iedereen heeft met plezier aan dit project gewerkt. En dat zie je eraan af.”

Vanwege de enorme dichtheid van het plan zijn er veel studies verricht. Een bijzonder instrument daarbij was een gaming programma waarmee de architecten situaties konden simuleren. Bert: “Van de breedte van steegjes tot en met de keuze van de baksteen, de metselwerkpatronen en kleur van de voegen: alles hebben we met die tool bekeken. De driedimensionale basis van het plan is in Sketchup gezet en vervolgens konden we met een game engine door het plan wandelen. En dan blijkt dat de compositie van het metselwerk wel degelijk invloed heeft op de ervaring van zo’n smal straatje.”

Speelruimte bepalen, variëren met details

Het baksteenbudget voor het plan was bescheiden, maar de hoeveelheid metselwerk gaf wel weer mogelijkheden voor variatie. Michael: “Het overleg met de leverancier hebben we heel vroeg opgepakt, om juist die speelruimte te bepalen. De keuze voor een goede basissteen was snel gemaakt.” Met de donkerrode Dragor in twee formaten zijn de meeste gevels opgetrokken. Met andere stenen, waaronder de Basstad, Birchridge, Sonsbeek, Larvik en een donkergroen geglazuurde steen zijn accenten gelegd. Ook is er gespeeld met variaties in voegkleuren, formaten en metselwerkpatronen.

“De Dragor is een levende steen, stoer en informeel, met veel kleurnuances waardoor het gevelvlak zelfs bij somber weer oplicht”, vertelt Jaakko. Dezelfde basissteen is gebruikt met lichte voegen in één woonblok en met heel donkere voegen in het naastgelegen blok. “Een enorm verschil”, aldus de architecten. “Elk gebouw een eigen karakter en detaillering gekregen. Dat kan zitten in die voegkleur, een horizontale band met geglazuurde baksteen of een stukje verticaal metselwerk. Met een iets grotere steen krijg je minder voeg: dat levert ook weer een ander beeld.” Door al die varianten in het driedimensionale model te testen, is gewerkt aan een samenhangend ensemble van vijftien verschillende gebouwen. “We hebben een ontzettende lol gehad in het zoeken naar verrijking van de gevel met basale, simpele oplossingen”, vertelt Jaakko “Alles is in situ gemetseld. De metselaars stonden lachend op de steiger.”

Zachte landing van gebouwen

“Juist als je werkt met een programma met een hoge dichtheid, is het ontzettend belangrijk dat je gebouwen op een zachte manier op de grond landen. Stedenbouwkundige en landschapsarchitect Cor Geluk van CULD heeft echt zijn tanden in dat deel van het plan gezet”, stelt Jaakko. “De overgang van publiek naar privé is zo subtiel mogelijk gemaakt, maar wel duidelijk zichtbaar voor iedereen.” De combinatie van de stoere gevels met een goede hoeveelheid – nu nog ontluikend – groen geeft het project nog meer een menselijke schaal. “Er zijn vaste voorzieningen gemaakt voor begroeiing, zoals de plantenbakken, de kabels en netten op de gevel. Zelfs met het kleine beetje groen dat er nu is, zie je al wat voor effect dat heeft”, vertellen de architecten.

Bij de grotere gebouwen met een retail-, horeca of kantoorprogramma is veel aandacht besteed aan het metselwerk in de vrijwel open plint. “In vroege plannen was er natuursteen bedacht voor de hoge plint. We hebben dat materiaal goeddeels vervangen door metselwerk”, vertelt Bert. “Met twee kleuren lichte baksteen zijn kolommen en penanten gemetseld. Die geledingen en stenen komen weer terug in de topverdiepingen, de kroon. Het gevelvlak heeft een uitstraling gekregen die niet onder doet voor natuursteen. Van een afstand oogt het misschien zelfs krachtiger.”

  • Architect: CULD Architecten & INBO Architecten & jvantspijker & partners
  • Aannemer: J.P. van Eesteren & ERA Contour
  • Fotograaf: © Ossip van Duivenbode
  • Gevelbakstenen: Dragor HV WF, Basstad HV WF, Birchridge SP WF & HF en de Larvik HV WF

Toegepaste producten

Onderstaande producten zijn toegepast in dit project. Naast technische informatie vind je op de productpagina's ook verwijzingen naar beschikbare tools en services. Daarnaast tonen we diverse referentieprojecten waar dit specifieke product ook is toegepast.

Meer referentieprojecten